Verhaal.

Hey, ik schrijf een verhaal en het is nog niet helemaal af maar het vervolg komt een andere keer!

Verdwenen

 

Het is stil, stil in mijn hoofd ik voel me zwak en ik weet niks meer. Wie ben ik, hoe oud ben ik, waar woonde ik? De vragen zweven door mijn hoofd. Wat doe ik hier, wat is er gebeurd? Ik kan me niks herrineren. Ik hoor een zwaar geluid in mijn hoofd, een soort harde dreun. Ik voel een rilling door mijn lichaam, het is dan ook het enige wat ik voel. Stilte overal behalve dan een harde dreun in mijn hoofd. Ik voel me licht en zwaar maar verder is niks meer normaal.

 

De zon prikt in mijn ogen. Ik knijp in mijn ogen en kijk naar de wekker, 12:47 gister avond was een rare nacht maar het was wel echt super gaaf. Ik kijk naar rechts waar Nikkie mijn vriendin hoort te liggen ligt nu niemand in bed. Die is vast al aan het ontbijten denk ik bij mezelf. Ik trek mijn sloffen aan en loop mijn kamer uit. Als ik beneden kom zitten mijn broertje en moeder aan de eettafel. ‘Hebben jullie Nikkie gezien?’vraag ik aan mijn moeder. ‘Nee, ik dacht dat ze bij jou was’ antwoord mijn moeder verward. Ik roep ene paar keer Nikkie hara naam. Geen antwoord. ‘Shit, ze is weg.’ Roep ik gestrest. ‘Rustig lieverd misschien is ze vanmorgen vroeg wel naar huis gegaan en hebben wij het niet door gehad.’ Ik ren naar de telefoon en typ Nikkie haar mobiele nummer in. ‘Sorry ik ben er even niet spreek een bericht in of bel me straks nog ene keer’. Voicemail dat is nou echt niet wat ik had verwacht, Nikkie heeft haar mobiel altijd opgeladen en ze heeft hem altijd aan staan. ‘Neemt ze niet op lies?’ zegt mijn moder. ‘Nee, ik bel wel naar haar huis.’ Als ik naar haar huis heb gebeld neemt er ook niemand op.

Als ze 2 uur later nog niemand heeft opgenomen zegt mijn moeder dat ik de politie maar moet gaan bellen.  ‘Hallo, u spreekt met Lisa van meijer en mijn vriendin Nikkie Hamersma is vannacht en vanmorgen niet thuis gekomen en haar ouders nemen ook niet op.’ ‘oke, ik ga het snel uitzoeken en als er nog wat gebeurt belt u maar’. ‘Oke is goed, doeg’. De politieman hangt op. Ik loop naar de bank plof neer met mijn telefoon in mijn hand.

Pijn overal pijn, het gedreun wil niet weg. Ik doe er alles aan om proberen op te staan maar het lukt niet. Ik probeer mijn mond open te doen maar het lukt niet. Het lijkt alsof al mijn spieren zijn verlamd. Hallo wie is daar! Dat is wat ik probeer te roepen maar er komt echt niks uit mijn mond. Nog meer pijn zuist door mijn lichaam, ik ben verlamd. Nee, nee ik wil echt niet dood! O mijn god ik wil niet dood. Mara het helpt niet ik kan niks ik ben hopeloos.

Advertisements